Onderzoek

beelddenken Ine Lucker
Het non-verbale onderzoekinstrument het Wereldspel is laagdrempelig en kindvriendelijk. Het kind krijgt een bouwopdracht. Aan de hand van observaties en analyses achteraf krijgen we veel informatie. Over
1. het affectieve aspect: ontwikkeling van visuele en verbale denken en de voorkeur.
2. het pedagogische aspect: aanwezige sociale en/of emotionele problemen
3. het cognitieve aspect: signaleren van cognitieve capaciteiten en hoogbegaafdheid
Bij Passend Leren voegen we daar nog een vierde aspect aan toe: het handelen op zich.
Voor meer informatie –> Wereldspel
Na afloop hebben we helder of het kind laat zien wat het kan. Verder hoe het handelt, leert en denkt. Hoe dit gebeurt bij stress en/of het leren van nieuwe dingen. We weten ook wat moet gebeuren om blokkades en dergelijke aan te pakken en hoe. We streven naar oplossen.
De resultaten uit het onderzoek worden met de ouders, soms met het kind erbij besproken. Er wordt een verslag met hypotheses en vragen opgesteld zodat u dit met school kunt bespreken.
Andere mogelijkheden van onderzoek
  • psychomotorisch functioneringsprofiel: hoe functioneert het kind in ontspannen situaties? Onder stress?
  • Individueel Onderwijskundig Onderzoek Denken & Leerontwikkeling ( beelddenken) http://www.passendleren.nl/beelddenken
  • lees- en rekenrijpheid
  • 2Hands4Kids en rekenonderzoek ERWD volgens het protocol dyscalculie
  • met het kind het eigen schoolwerk verkennen
Het psychomotorisch Verwerkingsprofiel laat zien hoe iemand gewoonlijk leert. Ook laat het zien hoe gereageerd wordt bij het leren van nieuwe dingen en bij stress.  In dergelijke situaties is het brein, daarmee de persoon dan niet meer in balans.
Wat zie je iemand doen:
  • altijd moeten praten in de klas
  • alleen maar kijken en vrijwel nooit iets zeggen
  • altijd met de handen ergens aan moeten zitten
  • die het niet kunnen laten om tijdens de verbale instructie ergens aan te friemelen
  • omdraaien van letters en cijfers en getallen
  • werken van rechts naar links
  • perse vooraan of achteraan willen zitten
  • perse links of rechts van de leerkracht willen zitten
  • alles eerst opschrijven voordat het beheerst en gekend wordt,
  • hardop verwoorden voor het gekend en beheert wordt
  • veel oog voor detail of juist niet hebben
  • slim zijn en toch tegen allerlei problemen aan lopen
  • fluitend de basisschool doorlopen
Iedereen leert, doet en denkt op de eigen unieke wijze en in een eigen tempo. Dit gebeurt vanuit een samenwerking tussen het brein en de ogen, oren, handen en voeten. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat  er naast breindominantie ook sprake is van oog-, hand-, voet-, en oordominantie.
Er is dus een verband met het Functioneringsprofiel en emoties, het leren en leren lezen, spellen, rekenen en schrijven.
hoe stellen we dit vast?
Vanuit een helder onderzoek en analyse kan worden vastgesteld welk van de mogelijk 32 dominantie-functioneringspatronen iemand heeft.  Je weet dan welke vaardigheden heeft iemand dan wel nog ter beschikking heeft bij leren en bij stress en welke niet meer. Naast begrijpen en afstemmen kunnen vanuit duidelijke handvatten gerichte en passende acties ondernomen worden met betrekking tot stress, concentratie-, lees, reken- en taalproblemen.
Doel: het herstellen van de zogenaamde bilaterale functie zodat weer met het hele brein geleerd kan worden en bij stress het hele brein in balans blijft.
Te denken valt aan: lees- en rekenrijpheid vaststellen, begeleiden en ontwikkelen, reflexintegratie-oefeningen, BrainGymoefeningen,  sensomotorische training, lateralisatietraining     –> Bal-A-Vis-X & meer
KIJKEN en de invloed ervan op het gedrag en het leren
De kwaliteit van het KIJKEN is van invloed op leren en gedrag. Dan gaat het niet over scherp kunnen zien, dat kan met een bril worden opgelost maar over de kwaliteit. De kwaliteit van goed zien is merkbaar doordat hetgeen gezien wordt op een goede manier wordt verwerkt in de hersenen. Dat het goed wordt opgepikt, verwerkt en begrépen. Dat de kwaliteit van het ZIEN in orde is en dus weinig energie kost. Is er sprake van vermoeidheid, ruimtelijke problemen, werkhoudingsproblemen en bijkomende leerproblemen dan kan de vraag worden gesteld of de kwaliteit van het ZIEN wel voldoende is. Wat je merkt zijn bijvoorbeeld vaak problemen bij rekenen, maar ook bij lezen, spellen, schrijven en gym.
Op een vrij eenvoudige manier kan door testjes of de inzet van de bioptor worden vastgesteld of er zich problemen voordoen met de kwaliteit van het ZIEN.
Het vervolg vindt plaats op de gebruikelijke wijze:
  1. passende basisbewegingsoefeningen waarvan u, indien gewenst, er ook enkele thuis van kunt laten uitvoeren
  2. een gerichte training
  3. advies voor school
Indien passend wordt doorverwezen naar een erkend functioneel orthoptist voor dieper onderzoek, advies en training.